In het kort

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Eén van de belangrijkste provinciale taken is de inrichting van de ruimte. De provincie bepaalt in hoofdlijnen of steden en dorpen kunnen uitbreiden, waar bedrijventerreinen en kantorenparken mogen worden aangelegd.

Minder bekend is dat de provincie ook zorgt voor een goede bereikbaarheid van de steden, dorpen en het platteland. Denk maar aan de streekbussen en de regiotaxi. Ook zorgt de provincie dat mensen in hun vrije tijd er op uit kunnen door het aanleggen van natuurgebieden, fietsroutes en het subsidiëren van culturele activiteiten als popfestivals of tentoonstellingen.

Een veilige en schone leefomgeving is voor iedereen van belang. Daarom zorgt de provincie voor schoon zwemwater, roetfilters op bussen, uitstootbeperkende maatregelen voor bedrijven, veilige routes voor vrachtwagens met gevaarlijke stoffen en ambulances die snel ter plaatse kunnen zijn.