Geschiedenis

In 1579 sloten zeven provincies de Unie van Utrecht. Daarmee ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. De Unie kende de Staten-Generaal, het overleg van afgevaardigden van de zeven verschillende Provinciale Staten. Nog altijd heet het parlement (Eerste en Tweede Kamer) officieel de Staten-Generaal. Dat de statenleden de leden van de Eerste Kamer kiezen, is dus ook al een eeuwenoude traditie. Na de Franse tijd (1795-1813) werd Nederland een koninkrijk en werd de oude provinciale indeling hersteld. De grondwet van 1814 en de Provinciale Wet van 1850 legden de taken en bevoegdheden van de provincies vast. De huidige verhouding tussen gemeenten, provincies en het rijk vindt zijn oorsprong in de grondwet van 1848, geschreven door Thorbecke. Bestuurders en politici spreken graag over het 'Huis van Thorbecke' als zij het hebben over de onderlinge verhoudingen en relaties van rijk, provincies en gemeenten. De zeven provincies van 1579 kregen later gezelschap van Noord-Brabant en Limburg. Daarna kreeg ook Drenthe de provinciale status. In 1840 werd de provincie Holland gesplitst. Flevoland, de jongste en twaalfde provincie, bestaat sinds 1986. Op dit moment (2007) wordt er gesproken over de vorming van een Randstadprovincie, een samenvoeging van Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en Utrecht. Wie weet bestaan er dus over een paar jaar nog maar 9 provincies?!