Provinciale portemonnee

Over de inkomsten van de provincies

De provincies hebben in totaal voor het jaar 2006 4,2 miljard euro aan inkomsten begroot en 4,4 miljard euro aan uitgaven. Het verschil van 200 miljoen euro wordt betaald uit de reserves van de provincies.

Van de inkomsten moet 1,7 miljard euro worden besteed aan specifieke taken, zoals openbaar vervoer, bodemsanering en jeugdzorg. De overige 2,5 miljard euro aan inkomsten kunnen de provincies ‘vrij’ besteden aan die projecten en maatschappelijke opgaven die de provincies belangrijk vinden. Deze vrij te besteden inkomsten krijgen de provincies uit het Provinciefonds (1 miljard euro), uit een deel van de motorrijtuigenbelasting, de zogenaamde opcenten (1,1 miljard euro) en uit eigen inkomsten als rente en dividend (300 miljoen). Hoeveel een provincie krijgt uit het Provinciefonds is afhankelijk van aantal inwoners, het oppervlak aan land en water en van regionale omstandigheden.

Verdeling Provinciefonds 2006 (bedragen x € 1000)

Provincie  Uitkering
Drenthe 63.535
Flevoland 50.122
Fryslân 89.227
Gelderland 162.046
Groningen 73.749
Limburg 74.993
Noord-Brabant 103.356
Noord-Holland 115.343
Overijssel 87.652
Utrecht 55.023
Zeeland 66.356
Zuid-Holland 136.533
 Totaal 1.077.935

Provinciale opcenten 2006 (bedragen x € 1000)

Provincie  Opcenten
Drenthe 35.781
Flevoland 34.500
Fryslân 38.969
Gelderland 152.706
Groningen 38.044
Limburg 80.397
Noord-Brabant 177.271
Noord-Holland 121.700
Overijssel 77.028
Utrecht 89.064
Zeeland 26.100
Zuid-Holland 221.705
 Totaal 1.093.265

 

Overige inkomsten

Verder ontvangen alle provincies leges. Dit zijn vergoedingen voor provinciale stukken of verleende diensten, zoals milieuvergunningen. Sommige provincies krijgen ook inkomsten van de Europese Structuurfondsen. Hiermee kunnen provincies met bijvoorbeeld een hoge werkloosheid maatregelen nemen om de werkloosheid te verminderen.